Biologische teelt en chemie

Biologische tuinbouw houdt nadrukkelijk rekening met milieueffecten en dierenwelzijn. Biologische tuinders gebruiken allereerst geen kunstmest en synthetische bestrijdingsmiddelen. Tevens gaan zij ziektes en plagen tegen door bepaalde plantenrassen te kiezen, door wisselteelt, door natuurlijke vijanden (insecten) in te zetten en door zich in te zetten voor bodemleven en grotere biodiversiteit.

De biologische tuinbouw heeft over het algemeen een lagere opbrengst per hectare en heeft dus meer ruimte nodig. Daar staat tegenover dat de biologische landbouw leidt tot een betere kwaliteit van het landschap, meer biodiversiteit en een betere bodemkwaliteit. In de biologische tuinbouw is genetische modificatie van gewassen per definitie niet toegestaan. Specifiek voor de blauwebessenteelt geldt dat het aandeel arbeidskosten in de kostprijs relatief hoog is; met name op het gebied van onkruidbestrijding. De inzet van robotica en mechanica, bijvoorbeeld AGV’s die met behulp van precisielandbouw kunnen opereren, in de teeltbedrijven van biologische telers is daarmee een belangrijke behoefte.